Monday, March 30, 2009

Turen in de verte

geschreven: 30-mrt-2009, Nagasaki.

De golven breken tegen de rotsen, maar zonder al te veel enthousiasme. Zonder de intentie het land op te klimmen. Gewoon rustige golven die – zoals golven dat nu eenmaal doen – richting kust kabbelen en op de rotsen tot stilstand komen. Nee, niet zozeer tot stilstand komen, ze verdwijnen terwijl ze in kleine druppels uiteenspatten, de rotsen omarmend. Anders dan de golven die even verderop het zandstrand op rollen en zich terug begeven, waarna ze overspoeld worden door een volgende golf om opnieuw op te gaan in de uitgestrekte zee.

De oceaan.

In een land als Japan ontkom je bijna niet aan die uitgestrekte zee. Het eilandenrijk bestaat uit zóveel eilanden – meer dan drieduizend, de meeste daarvan niet al te groot en een heel aantal onbewoond. Daarnaast zijn er de grotere eilanden, de vier hoofdeilanden Hokkaido (北海道, Hokkaidô), Honshu (本州, Honshû), Shikoku (四国, Shikoku) en Kyushu (九州, Kyûshû), maar de kust lijkt nooit al te ver weg te zijn. Daarbij, de grote steden liggen allemaal aan de kust, vrijwel zonder uitzondering. Kortom, de zee is dáár. Daar, achter de bergen. Daar waar de zon opkomt en daar waar de zon ondergaat. Ergens.

De zee is daar waar grote boten onder nog grotere bruggen door varen, daar waar de heldere lucht overgaat in een oneindige horizon. De zee is hier ongelofelijk mooi, de traditionele huizen in sommige kustdorpen turen statig in de verte. Ik zou er graag willen wonen.

In de haven van Nagasaki zijn het geen traditionele huizen die de zee overzien, of eigenlijk de baai die naar de open zee leidt, maar middelhoge gebouwen die de skyline vormen van een moderne stad. Een stad met aan alle kanten bergen er omheen, waardoor je vanaf verschillende uitkijkpunten rondom de stad alles in je op kan nemen.

Vanaf Inasayama (稲佐山, Inasayama) heb je vooral ’s avonds een schitterend uitzicht, met duizenden lichten die als een rijkelijke – zeg maar overvolle – sterrenhemel de gedaante van de stad vormen. Als een lappendeken over de heuvels. Met enige trots ook wel een ten-million-dollar night view (1000万ドルの夜景, senman doru no yakei) genoemd, waarvan er in Japan drie zijn, te weten in Kobe (神戸, Kôbe), Hakodate (函館, Hakodate) en dus Nagasaki. Overdag is het interessanter om vanaf Konpirasan (金比羅山, Konpirasan) de stad gade te slaan, zo’n 366 meter boven zeeniveau. Net iets hoger dan Inasayama, 33 meter, maar zonder mogelijkheid 360-graden om je heen te kijken.

Wat er wel is: een telescoop. Alsof ik een vergrootglas boven een oude en vervaagde foto houd, laat ik mijn gezichtsveld glijden over de stad. In het Seaside Park worden honden uitgelaten, terwijl op het ruime grasveld hier en daar een groepje Japanners staat te honkballen, veelal jonge gezinnen. Het is een mooi gezicht. Iets dichterbij de berg zie ik een oud vrouwtje de trappen op zwoegen, met achter haar een drukke straat waar bussen doorheen rijden. Het duurt ook niet lang voordat ik de tramlijn heb weten te vinden. Even ten westen daarvan zijn schoolmeisjes enthousiast aan het tennissen op een zandveld, zoals wel meer sportvelden hier eenvoudigweg bestaan uit zand.

Het is moeilijk de diepte in te schatten op deze oude foto. Enigszins aangetast door het zonlicht is hij op bepaalde punten vergeeld, met hier en daar een kreukel. Maar hij is genomen vanuit een subliem standpunt.

Ik stop de foto weg in een lade van mijn geheugen, waar ik hem zo goed mogelijk hoop te behoeden voor de tekenen der tijd. Helaas zijn de negatieven al vanaf het moment van afdrukken verloren gegaan.

Een oude foto.

Ik tuur in de verte, zonder de verte te zien.

















Wednesday, March 25, 2009

Mitsubishi

geschreven: 24-mrt-2009, Nagasaki.

Het gebouw staat een beetje onopvallend tussen de andere gebouwen geklemd. Inspiratieloos, zeg maar tegen het lelijke aan. Nog net zichtbaar steken de bekende drie rode parallellogrammen boven de andere gebouwen uit: het logo van Mitsubishi (三菱, Mitsubishi). De achtergrond wordt gevormd door bergen die tegen het canvas van de blauwe lucht gedrukt lijken, alsof Bob Ross zich eens goed heeft uitgeleefd. Met mooi weer krijgt de lucht hier dikwijls een zacht oranje zweem, bijna tegen het licht zalmroze aan, wanneer de zon langzaam achter de bergen aan de overzijde zakt. Wat ook al niet zou misstaan op een doek van Ross.

Mitsubishi dus.

In tegenstelling tot dit gebouw vind ik het logo dan trouwens wel weer redelijk smaakvol uitgedacht, maar dat terzijde. Nagasaki leeft dankzij, of misschien is het juister te zeggen is groot gebracht door, Mitsubishi. Schijnt. Veel is daar op het eerste gezicht echter niet van te merken. Dit betreffende gebouw is eigenlijk het enige bewijs dat ik zou weten te vinden om de aanwezigheid van dit megabedrijf te bevestigen. Een bijzonder mager bewijs zou ik zeggen, want zoveel stelt het gebouw dus niet voor.

Tenminste, tot voor kort was dit het enige mij bekende bewijs. Nu fiets ik over de Mitsubishi-straat ergens in het zuidwesten van Nagasaki. De straat neemt me mee langs oude gebouwen van het bedrijf, jaren ’80 of misschien zelfs ’60. Maar ook langs nieuwe kantoren, gemoderniseerde bedrijfsterreinen. Het is er allemaal.

De straat gaat over in andere, soms smalle straten. Door donkere tunnels, langs de kust, omhoog via steile hellingen langs dorpachtige buitenwijken van Nagasaki. Het uitzicht is nu en dan overweldigend, vooral wanneer de baai zich voor me uitstrekt. Het wateroppervlak glinstert door de felle zon die hoog aan de hemel staat. Het zeewater is helderblauw, misschien zelfs azuur, op sommige stukken op het lichtgroene af. Verscheidene vissen zijn in ieder geval duidelijk zichtbaar in het ondiepe water, waar kleine aangemeerde boten meedeinen op de golven. Waar de baai dieper is, worden bruisende sporen achtergelaten door de veerboot. Boven het water scheren roofvogels laag over, om vervolgens weer hoog in de lucht rond te cirkelen. Verder is het rustig in de baai, op deze warme lentedag.

Ik fiets verder. Langs grote industrieterreinen, een scheepswerf met gigantische kranen. Allemaal Mitsubishi. Waar Mitsubishi trouwens ook verantwoordelijk voor was, is de Japanse Zero, een jachtvliegtuig veelal gebruikt ten tijden van de Tweede Wereldoorlog. Ook werd er werk geleverd voor de Japanse Keizerlijke Marine. Al met al een bedrijf met een lang verleden, deels verbonden met Nagasaki, en zodoende verweven met de interessante geschiedenis van deze stad.







Het was dus een prachtige dag, deze vroege lentedag. Maar de volgende dag is het weer omgeslagen. Dikke regendruppels kleuren de lucht grijs. De afwateringskanalen zijn veranderd in kleine, woest kolkende rivieren. Het schuimende water raast er doorheen, op weg naar beneden, richting de zee, uiteindelijk. De omringende bergen weten zich gehuld in de laaghangende bewolking. Terwijl het doorgaans een bepaalde schoonheid over zich heeft, een adembenemende schoonheid, heeft het vandaag meer iets troosteloos.

De regen blijft maar stromen.

Eindeloos.

Monday, March 2, 2009

Herinnering aan later

geschreven: 02-mrt-2009, Nagasaki.



Het duistere nachtlandschap trekt aan me voorbij. De shinkansen (新幹線, bullet-train) raast over bruggen met daaronder pikzwart water. Langs bouwvallig uitziende woongebieden, langs oude flatgebouwen, donkere steden. Even waan ik me weer terug in Nederland, op weg naar huis.

Yakushima heeft een overweldigende indruk op me achter gelaten. De ene dag grauw, met laaghangende bewolking gedrapeerd over de toppen van de groene bergen, terwijl de volgende dag een strak blauwe lucht liet zien. Niet alleen is het weer op Yakushima behoorlijk wisselvallig, de verschillende weertypes brengen ook een heel andere indruk met zich mee. Een beetje zoals het levendige van De grote golf bij Kanagawa (神奈川沖浪裏, Kanagawa oki nami ura) van Katsushika Hokusai (葛飾北斎), tegenover het dromerige van Pine Grove (松林図, shouri-zu) van Hasegawa Tôhaku (長谷川等伯). Zoiets.


[bron: Library of Congress]


[bron: Tokyo National Museum]

Er kwamen herinneringen in me op, herinneringen aan later. Overal om me heen zag ik redenen te over om mezelf voor te stellen hoe het zou zijn in Japan te wonen, later. Hier, in adamskostuum in de Pacifische Oceaan dobberend, leken even alle voors het voorgoed van de tegens te winnen. Wat een land. Ik besloot in ieder geval: naar Yakushima kom ik nog eens terug. En dan ga ik ook echt de bergen in.

De trein raast voort. Terug naar Nagasaki. Voort in het landschap dat op de heenweg onmiskenbaar Japans was geweest, maar nu verholen gaat in het donker van de nacht. Door tunnels om de bergen te doorkruisen, langs kleine verlaten stations, kustwegen.

Het vertrekstation was Kagoshima, de stad vanaf waar je een zinnenstrelend uitzicht zou moeten hebben op de vulkaan Sakurajima (桜島). De bewolking hing echter ook hier laag aan de hemel, precies over de vulkaan. Op zee was de bewolking, beide vaartochten, langzaam aan verdwenen. De boot van en naar Yakushima leek trouwens niet te varen. De bewegingen leken niet op het meedeinen met de golven, maar veel eerder op turbulentie van een vliegtuig. De boot scheerde over het water. De Pacifische Oceaan.

Terwijl de trein onvermoeid de rails volgt, komen bij mij herinneringen in me op. Herinneringen aan later.

Ik val in slaap, op weg naar huis.













Reisschema:
  • 23-feb-2009:
    Per trein van Nagasaki 長崎 naar Kagoshima 鹿児島;
  • 24-feb-2009:
    Per boot van Kagoshima 鹿児島 naar Yakushima 屋久島
  • 25-feb-2009:
    Yakushima 屋久島
  • 26-feb-2009:
    Per boot van Yakushima 屋久島 naar Kagoshima 鹿児島;
    Per trein van Kagoshima 鹿児島 naar Nagasaki 長崎

Zie voor een kaartje het bericht Hitte in de vrieskou van 7 januari, of het PDF bestand hierboven.

Thursday, February 19, 2009

Nachtelijk panorama

geschreven: 19-feb-2009, Nagasaki.

Voor mijn ogen strekt de stad zich uit, omgeven door hemels zwart. Mijn gezichtsveld wordt bekaderd door de donkere massa’s bergen die her en der tot hoge pieken boven de horizon uitsteken. De vele lichten maken gedeeltes van de stad zichtbaar, terwijl andere plekken onbelicht blijven en er niet toe lijken te doen.

Het is de vorm van een slapende stad. Een ogenschíjnlijk in slaap zijnde stad.

Hoewel er nauwelijks beweging te zien is, weet ik dat die er wel moet zijn. Zoals ikzelf ook roerloos zit, terwijl allerlei gedachtes zich, binnen in mij, in beweging gezet weten. Het is alsof ik bij het in het water stappen van het ondiepe bad niet alleen een golving in het water te weeg heb gebracht. De golfbeweging zet zich voort in mij en brengt mij dichter bij de stad.

Ik fantaseer over de plekken van de stad. De Skylark en Coco’s, waar serveersters geduldig wachten tot hun werkdag er op zit. Over de talloze konbini, Sukiya of Mc Donald’s, waar klanten 24 uur per dag terecht kunnen en waar werknemers dus nog uren te gaan hebben. Waar ook ongetwijfeld studenten nog de hele nacht zitten om huiswerk te maken, de tijd te doden. Over kleine eetzaakjes waar zakenmannen nog snel even voorzien in een avondmaaltijd voordat ze zich thuis melden na overgewerkt te hebben. Een stad waar in verschillende uithoeken nog allerlei activiteiten plaatsvinden, terwijl andere delen diep in ruste zijn.

Over technologieën die je alleen in Japan kan vinden, in een stad als deze. Ziekenwagens kennen bijvoorbeeld een waarschuwingssysteem voor het overige verkeer die niet alleen bestaat uit zwaailichten en sirenes. Door een luide stem wordt aangegeven of de auto links of rechts afslaat. Bijzonder bovendien dat ziekenwagens vrijwel nooit hard lijken te rijden, maar uitermate behoedzaam of gewoon traag. Alsof de filosofie hoogtij viert dat wanneer ze zich haasten de wachtende patiënt ook meer haast krijgt om te sterven.

Er zijn trouwens meerdere vervoersmiddelen, zelfs apparaten, die een uitgebreider auditief geleide kennen dan we in Nederland gewend zijn. Dan wel automatisch, dan wel ter plekke verzorgt door personeel. Buschauffeurs en tramchauffeurs brommen altijd een waarschuwing wanneer ze af gaan slaan, bedanken overigens ook vrijwel altijd de uitstappende passagiers. En dat niet alleen, wanneer hun dienst er op zit en ze het voertuig verlaten zullen ze altijd een buiging maken en hun pet afnemen, gevolgd door de nieuwe chauffeur die hetzelfde doet wanneer hij naar binnen stapt. In treinen gaat het zelfs zo ver dat het niet ongewoon is dat dit ritueel elke keer opgevoerd wordt door de conducteur bij het verlaten van een enkele coupé, zo maakte ik mee in de trein naar Shimabara (島原).

De vrijwel obsessionele hang naar technologie kent ook merkwaardige kanten. Zo trek je bij het badhuis waar ik geregeld kom eerst een kaartje uit een automaat, om dit vervolgens twee meter verderop weer in te leveren bij een dame achter de toonbank, waarna je naar binnen mag. Het enige wat deze nog hoeft te doen is een stempeltje te zetten op de klantenkaart en vriendelijk te glimlachen. En als het dan sluitingstijd is omroepen dat je vriendelijk bedankt wordt voor je bezoek. Wat ze overigens feilloos doet, dusdanig dat ik eerst altijd dacht dat het een ingesproken bericht was.

Maar nu lig ik dus in een buitenbad (露天風呂, rotenburo) van het badhuis Fukunoyu (ふくの湯) boven op de berg Inasayama (稲佐山), waar zelfs een echt onsen-bad is. Voor me zie ik de uitgestrekte stad. Een stad bij nacht.

De stad waar op de campus van de universiteit zelfs al een kersenboom voorzichtig begonnen is met het tonen van haar bloesem. Deze kersenbloesem (桜, sakura) staat symbool voor de vergankelijke schoonheid, gezien de korte tijd die deze bloesem – en schoonheid is inderdaad het juiste woord er bij – beschoren is zich te tonen. Vanaf het begin van de lente beweegt zich een kersenbloesemfront (桜前線, sakurazensen) over het land. Van het zuiden naar het noorden. Vergelijkbaar met het front dat optreedt in de herfst om alle bomen, gebied voor gebied, herfstkleuren mee te geven (de zogenaamde 紅葉, kōyō), maar dan in tegengestelde richting. Het kersenbloesemfront begint eind maart pas goed op gang te komen om in de tweede helft van mei uiteindelijk op Hokkaido (北海道) aan te komen.

[volledige bloei; bron, gegevens 2008]

Maar deze boom is dus al drachtig met roze kersenbloesem.


Ik fantaseer over de plekken van de stad. Plekken die er niet zijn, plekken waar ik nooit ben geweest.

En dan weet je, dit is een ervaring die alleen in Japan opgedaan kan worden. Liggend op een soort van stenen bed, met water tot je kin, genieten van het uitzicht over de nachtelijke stad.

Het is géén slapende stad, maar een dromende stad. Een stad waarboven de ochtendzon alweer te voorschijn komt.

Om dromen te leven.

Wednesday, February 11, 2009

Ring of Fire

geschreven: 11-feb-2009, Nagasaki.

Ik ben me de laatste tijd meer en meer bewust geworden van de geografische ligging van Japan. Dat het een goed eind weg is van Europa, dat was me natuurlijk allang bekend, maar het bewijs van het feit dat Japan ligt in een regio die bekend staat om de grote seismische en vulkanische activiteit, de Ring of Fire, werd in januari rijkelijk door moeder natuur tentoongesteld.

We schrijven 13 januari 2009, rond 22 minuten na middernacht, wanneer een stevige trilling zich meester maakt van mijn kamer. De jaloezieën beginnen tegen de ruit te klapperen en mijn bureau staat te trillen op zijn poten. Er klinkt een zwaar geluid, terwijl mijn bureaustoel van ellende heel lichtjes heen en weer zwenkt. Een combinatie van het aanhoudende daveren van brekende golven in de branding en het rollen van een aanzwellende donder, zo lijkt het. Alsof een flinke vrachtwagen voorbij komt razen door de smalle verlaten straten. Toch is het eigenlijk geen hard geluid, niet meer dan vergelijkbaar met een zachte zucht wind. Maar deze subtiliteit maakt dat het vele male uitvergroot op me overkomt.

Dan is het plots weer opgehouden en keert de rust terug. Mij achterlatend met een ietwat licht gevoel in mij hoofd.

De Japan Meteorological Agency rapporteert: de aardbeving vond plaats op een diepte van tien kilometer met een magnitude van 3,7 op de schaal van Richter. Boven het hypocentrum ligt de regio Tachibana-wan (橘湾), een stuk ten oosten van Nagasaki, wat uit niets meer bestaat dan enkele zeemijlen voor de kust waar de berg Unzen (雲仙岳, Unzendake) op neerkijkt. Niet geheel toevallig ook al een vulkaan.

32º 6’ N, 130º 0’ O, de exacte locatie. Zo was de eerste beving die ik bewust meemaakte een feit.

Vervolgens werd het 2 februari. Een nieuwsfeit dat zelfs tot in Nederland doorgang vond. Niet dat het 2 februari was, dat was het in Nederland immers nog niet, maar dat de vulkaan Asama (浅間山, Asama-san) tot uitbarsting was gekomen. Het resulteerde voor Nederland in niet meer dan een klein ANP berichtje en een prach-ti-ge foto. Niet gek ook eigenlijk, want de Japanse pers had tenslotte ook genoeg aan één a4’tje nieuwsbericht en wat kleine reportages.

[bron: {AP} Shigeyuki Inakuma]

Toch gaf het mij een bijzonder gevoel.

Deze zelfde berg barstte in 1783 heel wat explosiever uit, met vooral ernstige gevolgen door grote schade aan landbouwgewassen en gronden die jarenlang geen – of slechts heel minimaal – oogst op leverden. Zo ver kwam het deze keer niet. Wel steeg er een flinke rookkolom de hemel in en kwam er as neer in de straten van Tokyo (東京), zo’n 150 kilometer verderop. Na de eerste verbazing overkomen te zijn, waren het vooral de autowasstraten die goede zaken deden.

Echter, nog altijd kan het zomaar gebeuren. Dat Japan plotseling wordt opgeschrikt door een aardbeving of vulkaanuitbarsting van formaat, zoals dat ook het geval was op 17 januari 1995 bij de Grote Hanshin Aardbeving (阪神・淡路大震災, Hanshin Awaji Daishinsai), beter bekent als de Kobe Aardbeving. Lees daarover trouwens eens het boek Na de aardbeving (神の子どもたちはみな踊る, Kami no kodomotachi wa mina odoru) van Murakami Haruki (村上春樹), een voortreffelijk boek.

Eens zal het gebeuren.

Wednesday, January 7, 2009

Hitte in de vrieskou

geschreven: 07-jan-2009, Nagasaki.

Een koude tinteling doet zich gelden op mijn handen, maar de strak blauwe lucht zover je maar kijken kan met daarboven een enthousiaste winterzon, maakt het aangenaam. De veerboot verwijdert zich van de haven en zet vaart richting het oosten, naar Kumamoto. Tientallen meeuwen hebben zich verzameld om de hele reis achter de boot mee te vliegen en zich te goed te doen aan het eten dat ze voorgehouden wordt door menig Japanner op het achterdek.

Eenmaal in Kumamoto aangekomen blijkt daar niet al te veel te zijn vanuit toeristisch oogpunt. Hoewel, het kasteel is zeer de moeite waard, maar daar blijft het bij. In groot contrast daarmee staat het plattelandsdorpje Aso, waar daadwerkelijk vrijwel niks is, maar daardoor des te aantrekkelijker is om een bezoek aan te brengen. Het kleine stationnetje is oud en vervallen. Er zullen hoogstens een paar treinen per dag passeren, vermoed ik. Toch is de weg die niet ver van het station ligt opmerkelijk druk, relatief gezien dan. Afgezien daarvan is het ongelofelijk stil, wat ongetwijfeld ook deels ligt aan de tijd van het jaar: shôgatsu (正月), de eerste paar dagen van het nieuwe jaar.







Dit is een heel andere kant van Japan, een kant die ik tot nu toe nog niet had weten te ontdekken. Zo’n uitgestrekt landschap, hier en daar zelfs kil, vooral boven op de berg Aso-san (阿蘇山), biedt een les in nederigheid—iets wat Japan sowieso al snel met je doet. Dit gebied, ’s werelds grootste vulkanische caldera, is tot op de rand van de vulkaankrater te ‘beklimmen’ met de kabelbaan. Tot mijn verwondering is een licht groene substantie de bron van de dikke dampen die de krater uitspuwt. Onschuldig groen.

Weer terug in het stadje kan de kou, die werkelijk met geweld om je heen slaat boven op de berg, vervangen worden voor de hitte van een onsen (温泉; heetwaterbron). Zo is er de Uchinomaki Onsen (内牧温泉), welke ondermeer geliefd was bij de fabuleuze Japanse schrijver Natsume Sôseki (夏目漱石; lees bijvoorbeeld eens Kokoro, 1914, of Botchan, 1906). Ik zou niet willen zeggen dat deze omgeving je gedachten ineens doet overspoelen met literaire inspiratie, zoals het hete water wel over de rand van het bad stroomt, maar een indrukwekkende plek is het zeker.

Leegte. Rust.

Niets dan dat, maar tegelijkertijd alles wat je je maar kan bedenken. Gedachten nemen een hoge vlucht om vanuit vogelperspectief je eigen silhouet gade te slaan, terwijl de zonnestralen zich door de wolken manoeuvreren. Ademloos.













Reisschema:

  • 02-jan-2009:
    Per trein van Nagasaki 長崎 naar Shimabara 島原;
    Per boot van Shimabara 島原 naar Kumamoto 熊本
  • 03-jan-2009:
    Per bus van Kumamoto 熊本 naar Aso 阿蘇
  • 04-jan-2009:
    Per bus van Aso 阿蘇 naar Oita 大分
  • 05-jan-2009:
    Per bus van Oita 大分 naar Beppu 別府
  • 06-jan-2009:
    Per bus van Beppu 別府 naar Yufuin 湯布院 (en terug);
    Per bus van Beppu 別府 naar Nagasaki 長崎