Geschreven: 28-apr-2009, Nagasaki.
Vandaag, 2 april, zag ik de beelden van Anton Corbijn bij het U2 album No Line On The Horizon. Ze deden me verlangen naar de oneindige vierbaanswegen in Frankrijk. Brede wegen met hier en daar een péage – het woord trof ik vanmiddag ook al aan in de alom geprezen roman van Harry Mulisch, Twee Vrouwen. De vierbaanswegen door glooiende en uitgestrekte gebieden, bloemenvelden ernaast, daar deed het me naar verlangen. Maar de jonge bloemen willen zich nog niet blootgeven. Of beter gezegd, ze staan nu nog naakt tegen elkaar aan gedrukt in de koude lentemiddag, wachtend tot ze genoeg moed verzameld hebben om hun volle kleuren te tonen.
Ik kreeg een intens verlangen naar het Frankrijk waar brede wegen op een gegeven moment weggeven aan smalle en drukke straten, boerenlandwegen of kleine stadskernen. Naar de steile bergwegen die al meanderend de klim naar boven wagen, naar die wegen waarlangs op bescheiden witte borden – half weggezakt in de berm – oude Franse dorpen in zwarte letter staan aangegeven. Dorpen waarvan de naam zich moeizaam laat uitspreken, Saint-Auban-sur-L’Ouvèze, Le Nouvion-en-Thiérache, Beaurepaire-sur-Sambre, dat werk. Naar Franse dorpen die verlaten ogen, maar waar het volstroomt in de gigantische hypermarché’s langs drukke wegen.
Maar het is natuurlijk onzin.
Verlangen naar een land als Frankrijk, terwijl je in een land als Japan zit. Ik hoef de deur maar uit te stappen om dat te beseffen. De kersenbloesems waren onlangs tot volle bloei gekomen, totdat ze er plotseling genoeg van hadden. Wat dat betreft deed het me enigszins denken aan rokjesdag, waar Martin Bril elk jaar weer prachtig over kon verhalen.
“Rokjesdag is die ene dag in het voorjaar dat alle vrouwen als bij toverslag ineens een rok dragen, met daaronder blote benen,” zo luidde zijn definitie. Met de kersenbloesems is het ook ongeveer zo gesteld, als bij toverslag zijn alle bomen plotseling ontdaan van hun roze bloesem, voor een kort moment nakend. Hiervoor in de plaats komen – ook weer bijna als bij toverslag – verse groene blaadjes, als het begin van een nieuw leven, een nieuw jaar.
Van rokjesdag kan trouwens dan weer geen sprake zijn, in Japan. Het hele jaar door lopen vrouwen, en met name schoolmeisjes, rond in rokjes. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, in het weekend, tijdens de vakanties, zomer of winter, vrije tijd of tijdens schooluren, groepjes schoolmeisjes lopen af en aan, giechelend en al, in hun schooluniform dat onder andere bestaat uit een rokje. Meestal marine blauw of zwart, maar een enkele keer ook in een bruine variant. De jongens lopen ook in schooluniform, een uniform dat bij mij soms overkomt als een combinatie van een pak met een uniform wat bij een marineofficier over de schouder zou kunnen hangen. Ik moet zeggen dat het wel wat heeft, zo’n schooluniform.
Goed, het is dus lente.
Een lente, zo’n lente die je van je levensdagen niet in Frankrijk tegen zou komen. De bergen om me heen zijn groen gekleurd van de bebladerde bomen. Sommige bomen lijken dromerig als wolken, van die schapenwolken in een mooi lichtblauwe lucht. De stam wordt aan het oog onttrokken door het weelderige bladerendek, waardoor al wat rest een zachte wolk lijkt. Een beetje zoals blote vrouwenbenen soms verscholen gaan onder wat langere rokken, zodat je alleen af en toe een glimp van licht gebruinde huid te zien krijgt.
Ach. Het is een onbeschrijfelijke lente in een onbeschrijfelijk land, dat is eigenlijk het enige wat ik er echt over kwijt kan. Dus dat verlangen naar Frankrijk vervloog ook binnen de kortste keren, nog sneller dan het verschenen was. Ik verlang er nu alleen nog maar naar langer in Japan te kunnen blijven, maar wat dat betreft is dit jaar weer te vergelijken met het kortstondige bloeien van de kersenbloesems: ongelofelijk mooi, maar een veel te kort leven beschoren.
MARTIN BRIL 1959-2009
De eeuwige rust zij hem gegund, veel te vroeg, een kortstondig leven.
Tuesday, April 28, 2009
Sunday, April 19, 2009
Monday, April 6, 2009
Lentesneeuw
Foto's gemaakt in Nagasaki en Osaka.
Gevleugelde geuren voort gedragen
neerdalend de grond bedekt.
Sereen, de zachte roze lente
bloesem zuchtend in beweging gebracht.






Gevleugelde geuren voort gedragen
neerdalend de grond bedekt.
Sereen, de zachte roze lente
bloesem zuchtend in beweging gebracht.
Monday, March 30, 2009
Turen in de verte
geschreven: 30-mrt-2009, Nagasaki.
De golven breken tegen de rotsen, maar zonder al te veel enthousiasme. Zonder de intentie het land op te klimmen. Gewoon rustige golven die – zoals golven dat nu eenmaal doen – richting kust kabbelen en op de rotsen tot stilstand komen. Nee, niet zozeer tot stilstand komen, ze verdwijnen terwijl ze in kleine druppels uiteenspatten, de rotsen omarmend. Anders dan de golven die even verderop het zandstrand op rollen en zich terug begeven, waarna ze overspoeld worden door een volgende golf om opnieuw op te gaan in de uitgestrekte zee.
De oceaan.
In een land als Japan ontkom je bijna niet aan die uitgestrekte zee. Het eilandenrijk bestaat uit zóveel eilanden – meer dan drieduizend, de meeste daarvan niet al te groot en een heel aantal onbewoond. Daarnaast zijn er de grotere eilanden, de vier hoofdeilanden Hokkaido (北海道, Hokkaidô), Honshu (本州, Honshû), Shikoku (四国, Shikoku) en Kyushu (九州, Kyûshû), maar de kust lijkt nooit al te ver weg te zijn. Daarbij, de grote steden liggen allemaal aan de kust, vrijwel zonder uitzondering. Kortom, de zee is dáár. Daar, achter de bergen. Daar waar de zon opkomt en daar waar de zon ondergaat. Ergens.
De zee is daar waar grote boten onder nog grotere bruggen door varen, daar waar de heldere lucht overgaat in een oneindige horizon. De zee is hier ongelofelijk mooi, de traditionele huizen in sommige kustdorpen turen statig in de verte. Ik zou er graag willen wonen.
In de haven van Nagasaki zijn het geen traditionele huizen die de zee overzien, of eigenlijk de baai die naar de open zee leidt, maar middelhoge gebouwen die de skyline vormen van een moderne stad. Een stad met aan alle kanten bergen er omheen, waardoor je vanaf verschillende uitkijkpunten rondom de stad alles in je op kan nemen.
Vanaf Inasayama (稲佐山, Inasayama) heb je vooral ’s avonds een schitterend uitzicht, met duizenden lichten die als een rijkelijke – zeg maar overvolle – sterrenhemel de gedaante van de stad vormen. Als een lappendeken over de heuvels. Met enige trots ook wel een ten-million-dollar night view (1000万ドルの夜景, senman doru no yakei) genoemd, waarvan er in Japan drie zijn, te weten in Kobe (神戸, Kôbe), Hakodate (函館, Hakodate) en dus Nagasaki. Overdag is het interessanter om vanaf Konpirasan (金比羅山, Konpirasan) de stad gade te slaan, zo’n 366 meter boven zeeniveau. Net iets hoger dan Inasayama, 33 meter, maar zonder mogelijkheid 360-graden om je heen te kijken.
Wat er wel is: een telescoop. Alsof ik een vergrootglas boven een oude en vervaagde foto houd, laat ik mijn gezichtsveld glijden over de stad. In het Seaside Park worden honden uitgelaten, terwijl op het ruime grasveld hier en daar een groepje Japanners staat te honkballen, veelal jonge gezinnen. Het is een mooi gezicht. Iets dichterbij de berg zie ik een oud vrouwtje de trappen op zwoegen, met achter haar een drukke straat waar bussen doorheen rijden. Het duurt ook niet lang voordat ik de tramlijn heb weten te vinden. Even ten westen daarvan zijn schoolmeisjes enthousiast aan het tennissen op een zandveld, zoals wel meer sportvelden hier eenvoudigweg bestaan uit zand.
Het is moeilijk de diepte in te schatten op deze oude foto. Enigszins aangetast door het zonlicht is hij op bepaalde punten vergeeld, met hier en daar een kreukel. Maar hij is genomen vanuit een subliem standpunt.
Ik stop de foto weg in een lade van mijn geheugen, waar ik hem zo goed mogelijk hoop te behoeden voor de tekenen der tijd. Helaas zijn de negatieven al vanaf het moment van afdrukken verloren gegaan.
Een oude foto.
Ik tuur in de verte, zonder de verte te zien.










De golven breken tegen de rotsen, maar zonder al te veel enthousiasme. Zonder de intentie het land op te klimmen. Gewoon rustige golven die – zoals golven dat nu eenmaal doen – richting kust kabbelen en op de rotsen tot stilstand komen. Nee, niet zozeer tot stilstand komen, ze verdwijnen terwijl ze in kleine druppels uiteenspatten, de rotsen omarmend. Anders dan de golven die even verderop het zandstrand op rollen en zich terug begeven, waarna ze overspoeld worden door een volgende golf om opnieuw op te gaan in de uitgestrekte zee.
De oceaan.
In een land als Japan ontkom je bijna niet aan die uitgestrekte zee. Het eilandenrijk bestaat uit zóveel eilanden – meer dan drieduizend, de meeste daarvan niet al te groot en een heel aantal onbewoond. Daarnaast zijn er de grotere eilanden, de vier hoofdeilanden Hokkaido (北海道, Hokkaidô), Honshu (本州, Honshû), Shikoku (四国, Shikoku) en Kyushu (九州, Kyûshû), maar de kust lijkt nooit al te ver weg te zijn. Daarbij, de grote steden liggen allemaal aan de kust, vrijwel zonder uitzondering. Kortom, de zee is dáár. Daar, achter de bergen. Daar waar de zon opkomt en daar waar de zon ondergaat. Ergens.
De zee is daar waar grote boten onder nog grotere bruggen door varen, daar waar de heldere lucht overgaat in een oneindige horizon. De zee is hier ongelofelijk mooi, de traditionele huizen in sommige kustdorpen turen statig in de verte. Ik zou er graag willen wonen.
In de haven van Nagasaki zijn het geen traditionele huizen die de zee overzien, of eigenlijk de baai die naar de open zee leidt, maar middelhoge gebouwen die de skyline vormen van een moderne stad. Een stad met aan alle kanten bergen er omheen, waardoor je vanaf verschillende uitkijkpunten rondom de stad alles in je op kan nemen.
Vanaf Inasayama (稲佐山, Inasayama) heb je vooral ’s avonds een schitterend uitzicht, met duizenden lichten die als een rijkelijke – zeg maar overvolle – sterrenhemel de gedaante van de stad vormen. Als een lappendeken over de heuvels. Met enige trots ook wel een ten-million-dollar night view (1000万ドルの夜景, senman doru no yakei) genoemd, waarvan er in Japan drie zijn, te weten in Kobe (神戸, Kôbe), Hakodate (函館, Hakodate) en dus Nagasaki. Overdag is het interessanter om vanaf Konpirasan (金比羅山, Konpirasan) de stad gade te slaan, zo’n 366 meter boven zeeniveau. Net iets hoger dan Inasayama, 33 meter, maar zonder mogelijkheid 360-graden om je heen te kijken.
Wat er wel is: een telescoop. Alsof ik een vergrootglas boven een oude en vervaagde foto houd, laat ik mijn gezichtsveld glijden over de stad. In het Seaside Park worden honden uitgelaten, terwijl op het ruime grasveld hier en daar een groepje Japanners staat te honkballen, veelal jonge gezinnen. Het is een mooi gezicht. Iets dichterbij de berg zie ik een oud vrouwtje de trappen op zwoegen, met achter haar een drukke straat waar bussen doorheen rijden. Het duurt ook niet lang voordat ik de tramlijn heb weten te vinden. Even ten westen daarvan zijn schoolmeisjes enthousiast aan het tennissen op een zandveld, zoals wel meer sportvelden hier eenvoudigweg bestaan uit zand.
Het is moeilijk de diepte in te schatten op deze oude foto. Enigszins aangetast door het zonlicht is hij op bepaalde punten vergeeld, met hier en daar een kreukel. Maar hij is genomen vanuit een subliem standpunt.
Ik stop de foto weg in een lade van mijn geheugen, waar ik hem zo goed mogelijk hoop te behoeden voor de tekenen der tijd. Helaas zijn de negatieven al vanaf het moment van afdrukken verloren gegaan.
Een oude foto.
Ik tuur in de verte, zonder de verte te zien.



Wednesday, March 25, 2009
Mitsubishi
geschreven: 24-mrt-2009, Nagasaki.
Het gebouw staat een beetje onopvallend tussen de andere gebouwen geklemd. Inspiratieloos, zeg maar tegen het lelijke aan. Nog net zichtbaar steken de bekende drie rode parallellogrammen boven de andere gebouwen uit: het logo van Mitsubishi (三菱, Mitsubishi). De achtergrond wordt gevormd door bergen die tegen het canvas van de blauwe lucht gedrukt lijken, alsof Bob Ross zich eens goed heeft uitgeleefd. Met mooi weer krijgt de lucht hier dikwijls een zacht oranje zweem, bijna tegen het licht zalmroze aan, wanneer de zon langzaam achter de bergen aan de overzijde zakt. Wat ook al niet zou misstaan op een doek van Ross.
Mitsubishi dus.
In tegenstelling tot dit gebouw vind ik het logo dan trouwens wel weer redelijk smaakvol uitgedacht, maar dat terzijde. Nagasaki leeft dankzij, of misschien is het juister te zeggen is groot gebracht door, Mitsubishi. Schijnt. Veel is daar op het eerste gezicht echter niet van te merken. Dit betreffende gebouw is eigenlijk het enige bewijs dat ik zou weten te vinden om de aanwezigheid van dit megabedrijf te bevestigen. Een bijzonder mager bewijs zou ik zeggen, want zoveel stelt het gebouw dus niet voor.
Tenminste, tot voor kort was dit het enige mij bekende bewijs. Nu fiets ik over de Mitsubishi-straat ergens in het zuidwesten van Nagasaki. De straat neemt me mee langs oude gebouwen van het bedrijf, jaren ’80 of misschien zelfs ’60. Maar ook langs nieuwe kantoren, gemoderniseerde bedrijfsterreinen. Het is er allemaal.
De straat gaat over in andere, soms smalle straten. Door donkere tunnels, langs de kust, omhoog via steile hellingen langs dorpachtige buitenwijken van Nagasaki. Het uitzicht is nu en dan overweldigend, vooral wanneer de baai zich voor me uitstrekt. Het wateroppervlak glinstert door de felle zon die hoog aan de hemel staat. Het zeewater is helderblauw, misschien zelfs azuur, op sommige stukken op het lichtgroene af. Verscheidene vissen zijn in ieder geval duidelijk zichtbaar in het ondiepe water, waar kleine aangemeerde boten meedeinen op de golven. Waar de baai dieper is, worden bruisende sporen achtergelaten door de veerboot. Boven het water scheren roofvogels laag over, om vervolgens weer hoog in de lucht rond te cirkelen. Verder is het rustig in de baai, op deze warme lentedag.
Ik fiets verder. Langs grote industrieterreinen, een scheepswerf met gigantische kranen. Allemaal Mitsubishi. Waar Mitsubishi trouwens ook verantwoordelijk voor was, is de Japanse Zero, een jachtvliegtuig veelal gebruikt ten tijden van de Tweede Wereldoorlog. Ook werd er werk geleverd voor de Japanse Keizerlijke Marine. Al met al een bedrijf met een lang verleden, deels verbonden met Nagasaki, en zodoende verweven met de interessante geschiedenis van deze stad.



Het was dus een prachtige dag, deze vroege lentedag. Maar de volgende dag is het weer omgeslagen. Dikke regendruppels kleuren de lucht grijs. De afwateringskanalen zijn veranderd in kleine, woest kolkende rivieren. Het schuimende water raast er doorheen, op weg naar beneden, richting de zee, uiteindelijk. De omringende bergen weten zich gehuld in de laaghangende bewolking. Terwijl het doorgaans een bepaalde schoonheid over zich heeft, een adembenemende schoonheid, heeft het vandaag meer iets troosteloos.
De regen blijft maar stromen.
Eindeloos.
Het gebouw staat een beetje onopvallend tussen de andere gebouwen geklemd. Inspiratieloos, zeg maar tegen het lelijke aan. Nog net zichtbaar steken de bekende drie rode parallellogrammen boven de andere gebouwen uit: het logo van Mitsubishi (三菱, Mitsubishi). De achtergrond wordt gevormd door bergen die tegen het canvas van de blauwe lucht gedrukt lijken, alsof Bob Ross zich eens goed heeft uitgeleefd. Met mooi weer krijgt de lucht hier dikwijls een zacht oranje zweem, bijna tegen het licht zalmroze aan, wanneer de zon langzaam achter de bergen aan de overzijde zakt. Wat ook al niet zou misstaan op een doek van Ross.
Mitsubishi dus.
In tegenstelling tot dit gebouw vind ik het logo dan trouwens wel weer redelijk smaakvol uitgedacht, maar dat terzijde. Nagasaki leeft dankzij, of misschien is het juister te zeggen is groot gebracht door, Mitsubishi. Schijnt. Veel is daar op het eerste gezicht echter niet van te merken. Dit betreffende gebouw is eigenlijk het enige bewijs dat ik zou weten te vinden om de aanwezigheid van dit megabedrijf te bevestigen. Een bijzonder mager bewijs zou ik zeggen, want zoveel stelt het gebouw dus niet voor.
Tenminste, tot voor kort was dit het enige mij bekende bewijs. Nu fiets ik over de Mitsubishi-straat ergens in het zuidwesten van Nagasaki. De straat neemt me mee langs oude gebouwen van het bedrijf, jaren ’80 of misschien zelfs ’60. Maar ook langs nieuwe kantoren, gemoderniseerde bedrijfsterreinen. Het is er allemaal.
De straat gaat over in andere, soms smalle straten. Door donkere tunnels, langs de kust, omhoog via steile hellingen langs dorpachtige buitenwijken van Nagasaki. Het uitzicht is nu en dan overweldigend, vooral wanneer de baai zich voor me uitstrekt. Het wateroppervlak glinstert door de felle zon die hoog aan de hemel staat. Het zeewater is helderblauw, misschien zelfs azuur, op sommige stukken op het lichtgroene af. Verscheidene vissen zijn in ieder geval duidelijk zichtbaar in het ondiepe water, waar kleine aangemeerde boten meedeinen op de golven. Waar de baai dieper is, worden bruisende sporen achtergelaten door de veerboot. Boven het water scheren roofvogels laag over, om vervolgens weer hoog in de lucht rond te cirkelen. Verder is het rustig in de baai, op deze warme lentedag.
Ik fiets verder. Langs grote industrieterreinen, een scheepswerf met gigantische kranen. Allemaal Mitsubishi. Waar Mitsubishi trouwens ook verantwoordelijk voor was, is de Japanse Zero, een jachtvliegtuig veelal gebruikt ten tijden van de Tweede Wereldoorlog. Ook werd er werk geleverd voor de Japanse Keizerlijke Marine. Al met al een bedrijf met een lang verleden, deels verbonden met Nagasaki, en zodoende verweven met de interessante geschiedenis van deze stad.
Het was dus een prachtige dag, deze vroege lentedag. Maar de volgende dag is het weer omgeslagen. Dikke regendruppels kleuren de lucht grijs. De afwateringskanalen zijn veranderd in kleine, woest kolkende rivieren. Het schuimende water raast er doorheen, op weg naar beneden, richting de zee, uiteindelijk. De omringende bergen weten zich gehuld in de laaghangende bewolking. Terwijl het doorgaans een bepaalde schoonheid over zich heeft, een adembenemende schoonheid, heeft het vandaag meer iets troosteloos.
De regen blijft maar stromen.
Eindeloos.
Monday, March 2, 2009
Herinnering aan later
geschreven: 02-mrt-2009, Nagasaki.
Het duistere nachtlandschap trekt aan me voorbij. De shinkansen (新幹線, bullet-train) raast over bruggen met daaronder pikzwart water. Langs bouwvallig uitziende woongebieden, langs oude flatgebouwen, donkere steden. Even waan ik me weer terug in Nederland, op weg naar huis.
Yakushima heeft een overweldigende indruk op me achter gelaten. De ene dag grauw, met laaghangende bewolking gedrapeerd over de toppen van de groene bergen, terwijl de volgende dag een strak blauwe lucht liet zien. Niet alleen is het weer op Yakushima behoorlijk wisselvallig, de verschillende weertypes brengen ook een heel andere indruk met zich mee. Een beetje zoals het levendige van De grote golf bij Kanagawa (神奈川沖浪裏, Kanagawa oki nami ura) van Katsushika Hokusai (葛飾北斎), tegenover het dromerige van Pine Grove (松林図, shouri-zu) van Hasegawa Tôhaku (長谷川等伯). Zoiets.

[bron: Library of Congress]

[bron: Tokyo National Museum]
Er kwamen herinneringen in me op, herinneringen aan later. Overal om me heen zag ik redenen te over om mezelf voor te stellen hoe het zou zijn in Japan te wonen, later. Hier, in adamskostuum in de Pacifische Oceaan dobberend, leken even alle voors het voorgoed van de tegens te winnen. Wat een land. Ik besloot in ieder geval: naar Yakushima kom ik nog eens terug. En dan ga ik ook echt de bergen in.
De trein raast voort. Terug naar Nagasaki. Voort in het landschap dat op de heenweg onmiskenbaar Japans was geweest, maar nu verholen gaat in het donker van de nacht. Door tunnels om de bergen te doorkruisen, langs kleine verlaten stations, kustwegen.
Het vertrekstation was Kagoshima, de stad vanaf waar je een zinnenstrelend uitzicht zou moeten hebben op de vulkaan Sakurajima (桜島). De bewolking hing echter ook hier laag aan de hemel, precies over de vulkaan. Op zee was de bewolking, beide vaartochten, langzaam aan verdwenen. De boot van en naar Yakushima leek trouwens niet te varen. De bewegingen leken niet op het meedeinen met de golven, maar veel eerder op turbulentie van een vliegtuig. De boot scheerde over het water. De Pacifische Oceaan.
Terwijl de trein onvermoeid de rails volgt, komen bij mij herinneringen in me op. Herinneringen aan later.
Ik val in slaap, op weg naar huis.







Reisschema:
Zie voor een kaartje het bericht Hitte in de vrieskou van 7 januari, of het PDF bestand hierboven.
Het duistere nachtlandschap trekt aan me voorbij. De shinkansen (新幹線, bullet-train) raast over bruggen met daaronder pikzwart water. Langs bouwvallig uitziende woongebieden, langs oude flatgebouwen, donkere steden. Even waan ik me weer terug in Nederland, op weg naar huis.
Yakushima heeft een overweldigende indruk op me achter gelaten. De ene dag grauw, met laaghangende bewolking gedrapeerd over de toppen van de groene bergen, terwijl de volgende dag een strak blauwe lucht liet zien. Niet alleen is het weer op Yakushima behoorlijk wisselvallig, de verschillende weertypes brengen ook een heel andere indruk met zich mee. Een beetje zoals het levendige van De grote golf bij Kanagawa (神奈川沖浪裏, Kanagawa oki nami ura) van Katsushika Hokusai (葛飾北斎), tegenover het dromerige van Pine Grove (松林図, shouri-zu) van Hasegawa Tôhaku (長谷川等伯). Zoiets.

[bron: Library of Congress]

[bron: Tokyo National Museum]
Er kwamen herinneringen in me op, herinneringen aan later. Overal om me heen zag ik redenen te over om mezelf voor te stellen hoe het zou zijn in Japan te wonen, later. Hier, in adamskostuum in de Pacifische Oceaan dobberend, leken even alle voors het voorgoed van de tegens te winnen. Wat een land. Ik besloot in ieder geval: naar Yakushima kom ik nog eens terug. En dan ga ik ook echt de bergen in.
De trein raast voort. Terug naar Nagasaki. Voort in het landschap dat op de heenweg onmiskenbaar Japans was geweest, maar nu verholen gaat in het donker van de nacht. Door tunnels om de bergen te doorkruisen, langs kleine verlaten stations, kustwegen.
Het vertrekstation was Kagoshima, de stad vanaf waar je een zinnenstrelend uitzicht zou moeten hebben op de vulkaan Sakurajima (桜島). De bewolking hing echter ook hier laag aan de hemel, precies over de vulkaan. Op zee was de bewolking, beide vaartochten, langzaam aan verdwenen. De boot van en naar Yakushima leek trouwens niet te varen. De bewegingen leken niet op het meedeinen met de golven, maar veel eerder op turbulentie van een vliegtuig. De boot scheerde over het water. De Pacifische Oceaan.
Terwijl de trein onvermoeid de rails volgt, komen bij mij herinneringen in me op. Herinneringen aan later.
Ik val in slaap, op weg naar huis.
Reisschema:
- 23-feb-2009:
Per trein van Nagasaki 長崎 naar Kagoshima 鹿児島; - 24-feb-2009:
Per boot van Kagoshima 鹿児島 naar Yakushima 屋久島 - 25-feb-2009:
Yakushima 屋久島 - 26-feb-2009:
Per boot van Yakushima 屋久島 naar Kagoshima 鹿児島;
Per trein van Kagoshima 鹿児島 naar Nagasaki 長崎
Zie voor een kaartje het bericht Hitte in de vrieskou van 7 januari, of het PDF bestand hierboven.
Subscribe to:
Posts (Atom)